LogoRood.png

In de Jaren zestig groeit elke tentoonstelling van zijn werken tot een waar evenement uit. In 1966 verplaatst René Huyghe, de hoofdconservator van de schilder- en tekenafdeling van het Louvres, zich tot in Opheylissem om er een bezoek te brengen aan een tentoonstelling die aan het werk van de Tiense schilder is gewijd. Later zal zijn immense atlier, “De Eenhoorn”, tal van Belgische en Europese vertegenwoordigers van wat toen de avant-garde werd genoemd, zien defileren en wordt Mil Crabbé één van de drijvende krachten van deze school. Zeldzaam voor een nog levende kunstenaar is dat hij er de getuige mocht van zijn hoe meerdere musea, zoals het Niederosterreichisches Landesmuseum in Wenen zich zijn werken aanschaften.

Het werk van Mil Crabbé is niet alleen opmerkelijk vanuit een zuiver artistiek oogpunt bekeken maar ook is het intrigerend en baanbrekend wat het technische aspect ervan betreft. Over het geheel van zijn werk, heeft hij meerdere procédés ontwikkeld die de specialisten alsook de fotolenzen al even in het ongewisse hebben gelaten.

Zijn meesterschap over het glacis stuwt zijn kleurenpalet in een quasi trillende dimensie vooruit. Het werk van Mil Crabbé straalt kracht en reflectie uit. Het onthult zich als een echt betoog van de ziel en als de uitdrukking van een diepe en essentiële onzichtbaarheid.

Ga naar boven